From Beijing to Utrecht

#38&39 Van Baku naar Sheki

Vandaag leer ik iets nieuws. Als je 1800 hoogtemeters klimt in de volle zon, dan zweet je peentjes. Dat wist ik natuurlijk al, maar dat zweet in je ogen enorm prikt.. die kennis en ervaring ben ik nu rijker 🙂

We klimmen door een prachtig landschap. Jurriaan moet nog even wachten, want over een paar kilometers wordt het groen. Tenminste, het is hier groen in de lente. Hartje zomer, dan is het geel.

Het gele maanlandschap dat aan ons voorbijtrekt is schitterend. Op een Snicker en fles Ayran bedwingen we de eerste bergen. Akkers strekken zich uit tot de horizon en verschillende soorten bergtoppen maken het plaatje af.

Het lijkt wel of mensen in de bergen nóg aardiger zijn dan in de vlakke woestijn. Geschiedenisdocent en meloenenverkoper, Namiq, biedt ons een gratis meloen aan, we krijgen perenlimonade van een man met autopech en ijskoud water van de hippe dude in een sportauto. Gelukkig kunnen we ook wat teruggeven. Jeroen helpt een auto met kokende motor door zijn bidon leeg te gieten.

Na 100 km ontdekken we een oud mausoleum. We wanen ons even Indiana Jones. Uit de rotsen doemt een eeuwenoud gebouw op. Er is niemand, het lijkt wel alsof we de allereersten zijn. We leren echter snel dat ontdekkingsreiziger Cornelis Bruyn ons reeds 3 eeuwen geleden is voorgegaan. Maar dat mag de pret niet drukken.

De ‘pret’ zet zich nog even door in een hysterisch vakantieoord. Hier betalen we 36 keer meer voor een pot thee dan elders in Azerbaijan. Voor de verandering wordt Jeroen naar de dansvloer gesleept. De blauwe plekken staan nog op zijn arm. Na een biertje duiken we in ons riante tweepersoonsbed. Eindelijk weer een nachtje samen slapen 🙂

De volgende dag bezoeken we, net als een groep Duitse-libelle-coupon-bejaarden, een moskee. Best gezellig die toeristen, ze creëren ook een extra uitdaging: maak een foto zonder Duitser erop… check! Gelukt!

Zo traag als een slak met ADD slepen we onszelf de berg op. We doen 5 uur over 40km! Gênant joh.

Eenmaal boven, suizen we naar beneden. Onze oren poppen, onze ogen tranen en voor ieder haarspeldbocht moeten we flink in de ankers. Het is fantastisch!

Terwijl we afdalen doemt er een nog hogere berg op. Deze moeten we ook bedwingen! Als we na 700 hoogtemeters een kopje thee nemen heeft mijn lichaam het wel gehad. Mijn hoofd is positiever gezind: achter de wolken schijnt de zon en na regen komt zonneschijn. Dus met hernieuwde energie klimmen we verder.

Als we eindelijk de top bereiken schijnt de zon inderdaad achter de wolken. Deze trekt indrukwekkende schaduwen over prachtige valleien. Als extra cadeautje is het nu lekker snel naar beneden.

We krijgen zelfs nog een politie escorte die het inhalende verkeer op een afstand houdt. De beste man wil een kopje thee met ons drinken. We zeggen: ‘normaal zou ik zeggen graag, maar ik eet in Ismayili vandaag. Daar moeten we voor zonsondergang zijn, da’s wel zo fijn’.

In Ismayili worden we hartelijk ontvangen in een fantastisch guesthouse. Na een privé diner voor twee, duiken we moe maar tevree ons bed in.

De volgende ochtend is het bewolkt en het spettert een beetje. De regendruppels werken verkoelend en zijn een welkome afwisseling op de zon. Het is hier ook heel veel groener. De bergen staan vol bomen en lange grassprieten versieren de berm.

Het valt me zwaar vandaag. Weer leggen we moeizaam 17km af. Ik weet niet wat er mis is, maar ‘vooruit’ staat niet in het woordenboek van mijn benen. Ieder 10 meter sta ik uit te hijgen om me 30 seconden later weer 10 meter verder te slepen.

Na een lange pauze verbetert mijn tempo. We bezoeken een opgraving. Hier lopen we langs de restanten van een oude tombe (anno 1400) en stadsmuur (anno 900). Het is bijzonder hoe dicht we bij de versteende botten en graven mogen komen.

Na de tombe klapt mijn gloed-nieuwe-in-baku-met-veel-moeite-gekochte achterband. Ik ben de wanhoop nabij, maar voor Jeroen is het slechts de eerste tegenslag vandaag. Terwijl we de buitenband vervangen, maak ik ook mijn ketting en derailleur schoon.

Het fietsen gaat opeens veel makkelijker. Opeens valt het me op hoe mooi het landschap is. Akkers en boomgaarden strekken zich uit tot de horizon waar een indrukwekkende bergpartij de grens naar Dagestan beschermt.

Met 95 km op de teller hebben we het heel aardig gedaan. We zetten de tent op bij een restaurant. Na de nodige, gênante, lichaamstaal bestellen we kip, tomaat-komkommer salade en bier. Toch een mooie dag weer 🙂

De reis naar Sheki is traag maar gestaag. En we hebben geluk. De 10 jarige Senan brengt on naar de fietsenwinkel waar we twee nieuwe buitenbanden scoren. Super chill! Dat fiets vast beter dan de doorgesleten band die nu op mijn fiets zit.

We eten een Azerbaijaanse variatie op Doner Kabab bij de, volgens de eigenaar, number one kebab zaak van het land.

Mehman is, eveneens naar eigen zeggen, het populairste restaurant van de stad. Hij richt zich op families. Hierin onderscheid hij zich van andere horeca. Met enige trotst vertelt hij dat vrouw en kinderen hier zelfs zónder man komen eten. Hetgeen niet vanzelfsprekend is in het conservatieve Sheki.

Net als in andere steden moet je goed opletten waar je loopt. Voor je het weet lig je in de goot. Gelukkig weet Jeroen een nare val te ontwijken en komen we zonder kleerscheuren of gebroken benen aan bij een lokaal theehuisje.

In Azerbaijan wordt er opvallend veel gedominood. Mannen drinken thee en houden de score bij op een grote abacus. Ik vind het het reuze interessant maar durf niet te vragen om een potje mee te spelen.

Een gemiste kans. Ik had in China ook dolgraag Chinees leren schaken, pokeren en dominoën. Of in Kazachstan had ik best een kaartje willen leggen met de mannetjes op straat. Wellicht overwin ik mijn angst in de Georgië. Voor nu bekijk ik het spel op een afstandje (angsthaas).

We sluiten de dag af met een bezoek aan het Sheki Khan’s zomer paleis en een karavanserai. We hebben van Joanna Lumley (Patsy uit AbFab) geleerd dat Sheki op de zijden route lag. Kooplieden overnachtten en handelden in de veilige karavanserais.

Karavanserais zijn enorme herbergen die werden omringd door een dikke muur. Hierdoor konden handelaren hun koopwaar veilig bergen. Tevens werd er voor de nodige vertier gezorgd. Veel karavanserais zijn inmiddels verworden tot ruines, maar dit exemplaar is nog in bijzonder goede staat. Het is dan ook nog altijd in gebruik als herberg/guesthouse. Je voelt de oude handelsgeest nog steeds als je binnenloopt.

Na een zonsondergang op een chique terras duiken we ons bed in. Morgen even een dagje bijkomen en aansterken. Want de weg naar Tiblisi heeft nog een aantal kuitenbijters voor ons in petto.

Next Post

Previous Post

6 Comments

  1. Niek Bakker August 30, 2019

    Weer een prachtige rapportage met geweldige foto’s. Ik kan me voorstellen dat het soms wel erg vermoeiend voor jullie moet zijn. Maar de bijzondere ervaringen en vergezichten zullen veel vergoeden. Fantastisch zoals jullie lokale mensen ontmoeten en ervaringen delen.
    Sterkte met jullie trip richting Tiflis ( zoals Tiblisi in de tijd dat ik jong was werd genoemd). Jullie komen in elk geval aardig in de richting van Europa nu.
    Goede reis verder en tot lezens.

    • deenmenno@gmail.com August 30, 2019 — Post Author

      Ja de bergen zijn zwaar, maar zeer de moeite waard. Voordeel is dat je, als je steeds moet stoppen, goed kunt rondkijken.

  2. Louis C August 31, 2019

    Harriet and I loved meeting you guys in Sighnagi, a shame we couldn’t hang out more. Best of luck on the trip!

    • deenmenno@gmail.com September 1, 2019 — Post Author

      thanks! good luck with your travels too!!

  3. Jan R September 1, 2019

    Mannen wat een mooie reis. Iedere keer kijk ik uit naar de blog en bewaar de video dan tot ik de tekst gelezen heb zodat ik beter begrijp wat ik zie. Loving it, Jan

    • deenmenno@gmail.com September 2, 2019 — Post Author

      He. Wat een leuke volgorde! Dank dank voor je reactie!

Leave a Reply

© 2020 From Beijing to Utrecht

Theme by Anders Norén

%d bloggers like this: